Suikerwaarde

Deze pagina is vooral bedoeld voor mensen bij wie in het bloedonderzoek licht verhoogde suikerwaarden of een verhoogd risico op diabetes type 2 werden vastgesteld. Kleine, haalbare aanpassingen in voeding, beweging en leefstijl kunnen helpen om je suikerwaarden stabieler te houden en het risico op diabetes type 2 te verlagen.

Wat betekenen verhoogde suikerwaarden?

Soms merken we in het bloed op dat je suikerwaarde te hoog is. Dat betekent niet altijd meteen dat je diabetes hebt, maar het is wel een signaal om ernstig te nemen. Vaak gaat het om een fase waarin het lichaam suiker minder goed verwerkt dan vroeger. Net dan kunnen leefgewoonten veel verschil maken. Door anders te eten, meer te bewegen of wat gewicht te verliezen, kunnen suikerwaarden vaak verbeteren.

Het gaat niet alleen over minder suiker eten. Ook de keuze van koolhydraten, portiegrootte, vezels en beweging spelen een belangrijke rol. Bepaalde producten kunnen de suikerwaarden sneller doen stijgen, vooral bij grote porties. Met vezelrijke voeding, regelmaat en voldoende beweging kan je die schommelingen vaak beter onder controle krijgen.

Deze pagina geeft praktische adviezen om je suikerwaarden gunstig te beïnvloeden. Kies vooral aanpassingen die haalbaar zijn en die je langere tijd kan volhouden.

Voedingsadviezen bij verhoogde suikerwaarden.

Kies vaker voor vezelrijke koolhydraten

Koolhydraten zitten onder meer in brood, pasta, rijst, aardappelen, ontbijtgranen, fruit, melkproducten, koek, snoep en frisdrank. Je hoeft koolhydraten niet volledig te vermijden. Het belangrijkste is vooral welke soort je kiest, hoeveel je ervan eet en waarmee je ze combineert.

Kies vaker voor:

  • volkorenbrood;

  • havermout of ongezoete volkoren ontbijtgranen;

  • volkorenpasta, zilvervliesrijst, bulgur, quinoa of aardappelen;

  • peulvruchten zoals linzen, kikkererwten, witte bonen of rode bonen;

  • groenten bij de warme maaltijd én bij de lunch;

  • fruit in plaats van fruitsap;

  • ongezoete yoghurt, skyr of plattekaas.

Beperk liever:

  • wit brood, witte pasta en witte rijst;

  • gesuikerde ontbijtgranen;

  • koek, gebak, snoep en chocolade;

  • frisdrank, energiedrank en fruitsap;

  • grote porties brood, pasta, rijst of aardappelen zonder voldoende groenten of eiwitten erbij.

Vezelrijke voeding wordt trager verteerd. Daardoor stijgen de suikerwaarden meestal minder snel na de maaltijd en blijf je vaak langer verzadigd.

Vermijd suikerdranken

Suikerdranken laten de bloedsuiker snel stijgen en geven weinig verzadiging. Daardoor krijg je ongemerkt veel suiker binnen, zonder dat je echt gegeten hebt.

Beperk vooral:

  • gewone frisdrank;

  • fruitsap, ook vers fruitsap;

  • gesuikerde ijsthee;

  • energiedrank;

  • gesuikerde koffiedranken;

  • sportdranken als je niet intensief sport.

Kies liever voor:

  • water;

  • bruiswater;

  • koffie of thee zonder suiker;

  • eventueel light- of zero-frisdrank als tussenstap.

Fruit eet je beter als volledig stuk fruit dan als sap. In fruitsap zitten de suikers geconcentreerder en mis je een deel van het verzadigende effect van vezels.

Bouw je maaltijd evenwichtig op

Een eenvoudige manier om je bord samen te stellen:

  • neem een ruime portie groenten;

  • kies een beperkte portie aardappelen, volkorenpasta, zilvervliesrijst of een andere volkoren koolhydraatbron;

  • voeg een eiwitbron toe, zoals vis, kip, ei, peulvruchten, tofu, yoghurt, plattekaas of een beperkte portie mager vlees;

  • gebruik bij voorkeur olijfolie of een vloeibare plantaardige vetstof;

  • beperk roomsaus, gefrituurde bereidingen en grote porties brood, pasta of rijst.

Het doel is niet om perfect te eten. Het doel is om je maaltijden zo op te bouwen dat ze beter verzadigen en minder sterke schommelingen in de suikerwaarden geven.

Let op met tussendoortjes

Veel tussendoortjes bevatten een combinatie van suiker, vet en calorieën. Ze geven vaak maar kort verzadiging en kunnen ervoor zorgen dat je doorheen de dag meer eet dan je denkt.

Kies vaker voor:

  • fruit;

  • ongezoete yoghurt of plattekaas;

  • een handje ongezouten noten;

  • rauwkost;

  • een volkoren cracker;

  • soep;

  • een gekookt ei.

Beperk liever:

  • koekjes;

  • gebak;

  • snoep;

  • chocolade;

  • chips;

  • gesuikerde repen;

  • grote porties gedroogd fruit.

Je hoeft dit niet allemaal volledig te schrappen. Het helpt vooral om ze minder vaak de basis van je eetpatroon te laten vormen.

Extra advies om je suikerwaarden te verbeteren.

Beweeg regelmatig

Beweging helpt je lichaam om suiker beter te gebruiken. Je hoeft daarvoor niet intensief te sporten. Wandelen, fietsen, zwemmen, tuinieren of vaker de trap nemen zijn ook zinvol.

Vooral minder lang stilzitten is belangrijk. Een korte wandeling na de maaltijd kan al helpen om de suikerwaarden na het eten gunstiger te houden. Regelmaat is belangrijker dan perfectie. Kies iets dat haalbaar is en dat je kan blijven doen.

Gewicht en buikomtrek

Bij overgewicht kan zelfs een beperkte gewichtsvermindering al helpen om suikerwaarden, bloeddruk en cholesterol te verbeteren. Vooral buikvet speelt een belangrijke rol bij verhoogde suikerwaarden.

Een streng crashdieet is meestal geen goed idee. Het werkt vaak tijdelijk en is moeilijk vol te houden. Kies liever voor haalbare aanpassingen.

Stoppen met roken

Roken verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Bij verhoogde suikerwaarden of diabetes is dat risico nog belangrijker. Stoppen met roken is daarom één van de krachtigste manieren om je gezondheid op lange termijn te verbeteren.

Vraag gerust hulp als stoppen moeilijk is. Dat hoeft niet op wilskracht alleen.

Slaap, stress en regelmaat

Slechte slaap, onregelmatige nachten en langdurige stress kunnen invloed hebben op eetgedrag, gewicht en suikerwaarden. Probeer te werken aan voldoende slaap, regelmaat en herstelmomenten.

Alcohol

Alcohol bevat calorieën en kan gewicht, leverwaarden en suikerregeling beïnvloeden. Beperk alcohol daarom zoveel mogelijk, zeker bij verhoogde suikerwaarden, overgewicht of verhoogde triglyceriden.

Wanneer neem je best contact op?

Verhoogde suikerwaarden geven niet altijd duidelijke klachten. Soms merk je er weinig of niets van en zien we het vooral in het bloedonderzoek. Toch zijn er klachten die kunnen passen bij te hoge suikerwaarden.

Neem contact op met de praktijk als je last hebt van:

  • veel dorst of een droge mond;

  • opvallend vaak plassen, ook ’s nachts;

  • onverklaarbare vermoeidheid of slaperigheid;

  • wazig zien of wisselend scherp zicht;

  • onverklaard gewichtsverlies;

  • meer honger dan gewoonlijk;

  • slecht genezende wondjes;

  • terugkerende infecties, zoals blaasontstekingen of schimmelinfecties;

  • misselijkheid, buikpijn of algemeen ziek zijn.

Deze klachten betekenen niet automatisch dat je diabetes hebt, maar ze zijn wel een reden om je suikerwaarden te laten controleren of je resultaat met de arts te bespreken. Bij ernstige ziekte, sufheid, snelle achteruitgang, aanhoudend braken of duidelijke uitdroging neem je best sneller contact op.

Deze pagina geeft algemeen advies en vervangt geen persoonlijke bespreking van je bloedresultaten.